Studiekosten

Inleiding Een werkgever kan het wenselijk achten om in de arbeidsovereenkomst met een werknemer op te nemen dat (meestal) bij het einde van een arbeidsovereenkomst studiekosten aan de werkgever moeten worden terugbetaald. Alhoewel in de wet niets over studiekosten is opgenomen, dienen bepalingen hierover te voldoen aan criteria zoals die in de rechtspraak zijn bepaald. In deze update worden deze criteria weergegeven. Het doel hiervan is een eventuele juridische strijd over het al dan niet moeten terugbetalen van studiekosten te voorkomen.

Het terugvorderen van salaris dat tijdens de studieperiode is doorbetaald

Indien een werknemer tijdens een studieperiode het overeengekomen loon blijft ontvangen, kunnen werkgever en werknemer overeenkomen dat indien het dienstverband tijdens of onmiddellijk na afloop van de studieperiode eindigt, de werknemer het loon over die periode aan de werkgever zal moeten terugbetalen. Volgens de Hoge Raad (1) moet een dergelijke financiële regeling aan de volgende voorwaarden voldoen:

a) de periode waarin de werkgever baat heeft bij de door de studie opgedane kennis dient duidelijk te worden vastgelegd;

b) er dient uitdrukkelijk te worden opgenomen dat de werknemer, indien de dienstbetrekking tijdens of onmiddellijk na afloop van de studieperiode eindigt, het loon over die periode aan de werkgever moet terugbetalen; en,

c) de terugbetalingsverplichting van werknemer dient tijdens de vastgestelde periode (zoals bedoeld onder a) evenredig af te nemen (‘glijdende schaal’). (2) Bovendien dient een dergelijke regeling volgens de Hoge Raad aan de volgende randvoorwaarden te voldoen:

d. de grenzen van bijzondere wettelijke regels (zoals de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag) dienen in acht te worden genomen;

e. indien de regeling ingrijpende gevolgen heeft voor de werknemer, moet dit duidelijk aan de werknemer worden uiteengezet;
f. indien de werkgever zelf het initiatief neemt tot het beëindigen van de arbeidsovereenkomst, kan de regeling in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid.

Het terugvorderen van kosten van studie/opleiding

Een aantal van voornoemde voorwaarden van de Hoge Raad is vervolgens door sommige lagere rechters ook toegepast op de kosten van studie/opleiding (zoals vergoedingen voor leraren, reiskosten, kosten van het studiemateriaal en inschrijvings- en examenkosten). In een recent arrest van het Hof ‘s- Gravenhage (3)is echter geoordeeld dat de voorwaarden van de Hoge Raad enkel gelden voor het terugvorderen van het salaris en dus niet dienen te worden toegepast op kosten van studie/opleiding. Het
Hof oordeelt dan ook dat ten aanzien van het terugvorderen van kosten voor studie/opleiding enkel de vraag centraal staat of het redelijk is dat de werknemer deze kosten (al dan niet bij uitdiensttreding) dient terug te betalen.

Advies

Ondanks deze voor werkgevers gunstige ontwikkeling ten aanzien van de kosten voor de studie/opleiding, is het desalniettemin raadzaam om zowel ten aanzien van het terugvorderen van het salaris dat tijdens de studieperiode is genoten als ten aanzien van de kosten voor studie/opleiding rekening te houden met:

– de voorwaarden zoals die door de Hoge Raad ten aanzien van het terugvorderen van het salaris zijn gesteld, in het bijzonder de (verplichte) ‘glijdende schaal’ (ook al kan gesteld worden dat deze vereisten niet gelden voor kosten van studie/opleiding);

– een duidelijke omschrijving van de soort kosten die dienen te worden terugbetaald (zoals reiskosten, hotelkosten) (4);

– een specifieke omschrijving van het moment waarop de kosten kunnen worden teruggevorderd (oftewel: niet volstaan met ‘beëindiging van de arbeidsovereenkomst’);

– een consequente naleving van de regels omtrent studiekosten jegens het hele personeel (gelijke behandeling);

– het maken van een onderscheid tussen verplichte en onverplichte studies.

 

1 Muller Zeesleepdienst/Van Opzeeland-arrest (HR 10 juni 1983, NJ 1983, 796)

3 Gerechtshof De Haag 22 maart 2011, JAR 2011/150, LJN: BQ3253 (in lijn met Hof Den Haag 17 februari 2009, JIN 2009/395)
4 De terugbetalingsverplichting wordt vaak alleen aangenomen in gevallen die nadrukkelijk in het studiekostenbeding zijn voorzien.

Top